Zorgeloos zingen langs het spoor in Westerbork

Merijn Henfling
gepubliceerd in de Volkskrant op 17 april 2009

THEATER - Twee Joodse jongens die vlak voor de oorlog als jazzduo de eerste tieneridolen van ons land worden, maar uiteindelijk vlak voor de bevrijding omkomen in Bergen-Belsen. Het levensverhaal van Jonny & Jones is eigenlijk interessanter dan hun onbekommerde swingmuziek.

Het Amsterdams Kleinkunst Festival brengt nu de productie Meneer Dinges, naar hun bekendste liedje over ‘een mijnheer die niet weet wat swing is’. De voorstelling maakt schrijnend duidelijk hoe het duo, zelfs in Westerbork, doorgaat alsof er niets aan de hand is. In de kamprevue zingen ze hun zorgeloze Westerbork Serenade, over de liefde ‘langs het spoorwegbaantje’.

Theun Plantinga en Victor Mentink spelen twee theaterschoolstudenten die in opdracht van hun docent (Rob van de Meeberg) een voorstelling maken over Johnny & Jones. Hun vertolking is overtuigend. Ze switchen voortdurend van het vooroorlogse accent naar de taal van nu, en leveren commentaar op het oude repertoire – de toch behoorlijk oubollige teksten worden nu eens bloedserieus en dan weer met een knipoog vertolkt.

De opzet leent zich voor uitleg over het leven van het duo: de speldocent vertelt zijn studenten erover. Een tweede verhaallijn over de liefde tussen de docent en een van de twee studenten is minder overtuigend en vooral de dramatische apotheose doet gezocht aan.

De apotheose van Johnny & Jones zelf is dramatischer. Even mogen ze het doorgangskamp verlaten om een plaatopname te maken in Amsterdam. Toch gaan ze terug naar Westerbork. Hun dilemma – onderduiken of teruggaan naar hun vrouwen in het kamp – is het mooiste thema van de voorstelling. Als dit vraagstuk nog meer was uitgespeeld, waren de zonnige liedjes des te wranger geweest.